Quick Start

Met deze stappen krijgt u de P1 Dongle snel werkend met de DSMR-API software.

1. Sluit de dongle aan

Plaats de dongle in de P1 poort van de slimme meter. Bij een dongle met Ethernet kunt u de netwerkkabel aansluiten voordat u de dongle opstart. Ethernet heeft voorrang op WiFi.

2. Koppel WiFi of gebruik Ethernet

Zonder bekende netwerkverbinding start de dongle een eigen WiFi-netwerk, bijvoorbeeld P1-Dongle-Pro of Ultra-Dongle.

  1. Verbind telefoon, tablet of computer met dit WiFi-netwerk.

  2. Open de popup die verschijnt, of ga naar http://192.168.4.1.

  3. Kies Configure WiFi.

  4. Vul uw WiFi-netwerk en wachtwoord in.

  5. Sla op en verbind daarna weer met uw gewone netwerk.

Als de koppeling lukt, brandt de blauwe LED continu. Zie WiFi koppeling voor de volledige uitleg en probleemoplossing.

3. Open de webinterface

Open de dongle in de browser via het IP-adres of via de lokale naam:

Dongle
Lokale URL

P1 Dongle Pro+/NRG Dongle Pro

Ethernet Dongle Pro

Ultra / Ultra Mini

Werkt de .local naam niet, zoek dan het IP-adres in uw router of gebruik http://ipcheck.smart-stuff.nl met het MAC-adres op het label.

4. Controleer de basis

Controleer in de webinterface:

  • Actueel: hier moeten de actuele meterwaarden verschijnen.

  • Informatie > Telegram: hier ziet u de ruwe P1 data.

  • Settings: hier kunt u onder andere tarieven, historie, MQTT, Modbus, water en beveiliging instellen.

5. Kies wat u verder nodig heeft

Voor de meeste gebruikers is de dongle nu klaar voor gebruik. Daarna kunt u optioneel:

  • MQTT instellen voor Home Assistant of een andere broker.

  • Home Assistant koppelen via HomeWizard API, MQTT of poort 82.

  • Modbus RTU/TCP instellen voor omvormers, laadpalen of energiemanagement.

  • Vast IP adres instellen als uw router de dongle steeds een ander IP-adres geeft.

  • Software update gebruiken om naar de nieuwste firmware te gaan.

Last updated